Overzicht F
Flavonoïden
Al vroeg maakte de mens gebruik van flavonoïden om materialen te kleuren. Een bekend voorbeeld zijn de extracten van verfeiken, die een gele kleur leveren. Aanvankelijk werden deze stoffen flavonen genoemd (van flavus = geel). Toen later ook kleurstoffen met andere tinten werden geïsoleerd, werd de verzamelterm uitgebreid tot flavonoïden. Ze vormen een van de grootste subgroepen van de fenolen en zijn binnen de voeding van bijzonder belang.
Veel levensmiddelen en dranken — zoals fruit, groenten, thee, cacao en rode wijn — bevatten aanzienlijke hoeveelheden flavonoïden. Ze geven talrijke voedingsmiddelen en bloemen hun vaak intense kleur, zoals kersen, frambozen, aubergines en rode kool (anthocyanen). Ook quercetine en kaempferol behoren tot deze groep; zij beschermen planten onder andere tegen uv‑straling. Andere flavonoïden dienen als bescherming tegen vraat en tegen micro-organismen. Daarom bevinden flavonoïden zich meestal in hogere concentraties in de buitenste lagen, zoals de schil van voedingsmiddelen.
Flavonoïden hebben sterke antioxidatieve eigenschappen. In de menselijke voeding wordt een hoge inname van flavonoïdenrijke producten gezien als ondersteuning van de immuunafweer. In de diervoeding is bijvoorbeeld een positieve invloed van druivenpulp op de darmgezondheid aangetoond (Gessner et al., 2013).
Zie ook: Aronia, Polyfenolen, Secundaire plantenstoffen, Druivendraf, Anthocyanen
Productaanbevelingen

Vet