Overzicht F
Fructaan
Fructanen zijn langketenige suikermoleculen die planten aanmaken als kortetermijn‑energiereserve. In grassen kan tot 90% van de opgeslagen energie in de vorm van fructaan voorkomen; de rest wordt als zetmeel opgeslagen.
Het fructaangehalte in gras hangt af van de grassoort en van externe factoren zoals zonneschijnduur, temperatuur en vochtigheid. Als vuistregel geldt dat fructanen in grotere hoeveelheden worden gevormd wanneer de plant fotosynthese kan uitvoeren (zonlicht, CO₂, water), maar niet kan groeien — bijvoorbeeld wanneer het te koud of te droog is.
De hoogste fructaanconcentratie bevindt zich in de vegetatiekegel, dus in de basis van de plant. Daardoor bevat kort gegraasd gras na koud weer, nachtvorst of zomerse droogte vaak zeer veel suiker.
Fructaan wordt beschouwd als een belangrijke trigger voor voedingsgerelateerde hoefbevangenheid. Paarden van rassen die oorspronkelijk zijn aangepast aan schrale vegetatie lopen een bijzonder hoog risico. Ook paarden met stofwisselingsstoornissen zoals EMS zijn extra kwetsbaar.