Overzicht Z
Zuur
Zuren zijn verbindingen die protonen (H⁺) afstaan en daardoor de pH‑waarde van een oplossing verlagen. Afhankelijk van het aantal protonen dat zij kunnen afgeven, onderscheidt men sterke zuren (zoals zoutzuur) en zwakke zuren (zoals koolzuur of azijnzuur).
Zuren tasten, naast metalen en kalk, ook organische weefsels aan — zoals slijmvliezen, huid en ogen. De zure werking leidt tot weefselbeschadiging, denaturatie van eiwitten (uitvlokking) en kan zelfs ulceratie veroorzaken.
Hoewel zuren soms ernstige schade kunnen aanrichten, is eiwitdenaturatie op andere plaatsen juist gewenst — bijvoorbeeld bij het doden van bacteriën in de maag. Het lichaam moet zich echter beschermen tegen overmatige zuurbelasting. Dit gebeurt onder meer via een slijmlaag en neutraliserende buffersystemen.
De “tegenspelers” van zuren zijn basen (alkalische oplossingen, loog). Basen kunnen zuren neutraliseren of bufferen, waardoor de pH‑waarde binnen veilige grenzen blijft.

