Kationen-anionenbalans
De term kationen-anionenbalans (KAB), net als de Engelse afkorting DCAB, beschrijft de balans tussen kationen en anionen van een voedermiddel of een rantsoen. De KAB wordt berekend aan de hand van een formule die de gehalten aan kationen en anionen van een rantsoen in aanmerking neemt. De eenheid waarin de KAB wordt uitgedrukt, is mEq (milliEquivalent) per kg voer. Met de KAB kan de invloed van een voer op de zuur-basehuishouding in het lichaam worden geschat.
Kationen zijn positief geladen ionen, zoals Ca2+, K+, Na+, Mg2+, NH4+. Ze werken in het lichaam alkaliserend, ofwel basisch.
Anionen zijn negatief geladen ionen, zoals S2-, PO4 3-, Cl-. Ze werken verzurend.
Een mineraalzout zoals ammoniumchloride (NH4Cl) "valt uiteen" in het lichaam in zijn ionen en komt daarbij 4 Cl- ionen vrij, die licht verzurend werken.
De KAB is van belang voor een gerichte verschuiving of stabilisering van de zuur-basehuishouding respectievelijk de pH-waarde. Bij paarden is dit bijvoorbeeld in de topsport belangrijk om spierverzuring of koppigheid (maandag-maandagziekte) met alkaliserende rantsoenen tegen te gaan. Bij andere diersoorten, zoals de kat, kan de pH-waarde in de urine via de voedering van mineraalzouten gericht worden verzuurd om urinestenen op te lossen.
Bij het paard doen studies vermoeden dat het chlorofyl uit groene voedermiddelen zoals gras of hooi helpt de bloed-pH aanzienlijk te bufferen. Door mineraalzouten kan men bij rantsoenen die rijk zijn aan groenvoer dan ook geen gericht verzurend effect bereiken. Urinestenen moeten bij het paard daarom op een andere manier worden voorkomen (bijv. calciumarm dieet). Daarentegen zouden paarden met overmatige verzuring (bijv. sportpaarden) een alkaliserend werkend, gras- of hooirijk rantsoen moeten krijgen. Rantsoenen die rijk zijn aan krachtvoer en arm aan hooi versterken de verzuring.
Zie ook zuur-basehuishouding, pH-waarde, chlorofyl