Secundaire plantaardige stoffen
Secundaire plantaardige stoffen worden aangemaakt in speciale cellen van de plant. Ze onderscheiden zich van de primaire plantaardige stoffen doordat ze voor de plant niet direct van levensbelang zijn. Toch zijn ze voor planten op verschillende manieren nuttig: bij de afweer tegen vraat door dieren, het op afstand houden van bacteriën en schimmels (bijv. tannines), als kleurstof om insecten aan te trekken (bijv. flavonoïden, carotenoïden), bij bescherming tegen uv-straling (bijv. anthocyanen), bij de versteviging van plantaardig weefsel (lignine) en bij de vorming van aroma's. De term "secundaire plantaardige stoffen" omvat een grote verscheidenheid aan verbindingen. De drie belangrijkste hoofdgroepen zijn terpenen (bijv. carotenen), fenolen (bijv. flavonoïden) en alkaloïden.
De mens gebruikt dergelijke secundaire plantaardige stoffen in kruiden en specerijen, dranken (bijv. cacao, rode wijn), als natuurlijke kleurstoffen en vaak ter ondersteuning van het welzijn. In de voeding – ook voor paarden – zijn vooral de waardevolle polyfenolen bekend: de vele plantaardige kleurstoffen met antioxidatieve eigenschappen.
Zie ook: Aronia, Polyfenolen, Druivendroge pulp, Flavonoïden, Anthocyanen