Gewone esdoorn
De gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) en de Noorse esdoorn (Acer platanoides) zijn esdoornsoorten waarvan de zaden de giftige stof hypoglycine A bevatten. Wanneer paarden deze zaden of jonge zaailingen opnemen, kunnen vergiftigingsverschijnselen optreden, bekend als atypische myopathie.
Om te voorkomen dat paarden de giftige plantendelen binnenkrijgen, is het bij weidepaarden meestal voldoende om extra ruwvoer bij te voeren. Dit voorkomt dat ze bij schaarse begroeiing de kleinste voedselresten — en daarmee ook de giftige zaden — opnemen. Het is uiteraard het veiligst wanneer esdoorns niet in de directe omgeving van de weide staan. Als dat niet mogelijk is, helpt alleen een grondige verwijdering van zaden en zaailingen van de gewone esdoorn. Ook water waarin zaden terechtkomen kan giftige stoffen bevatten. Bovendien blijven esdoornzaden ook in hooi en kuilvoer toxisch.
Naast het verstrekken van voldoende ruwvoer is een op de behoefte afgestemde aanvulling van selenium en vitamine E belangrijk voor paarden die risico lopen.