Voederrestrictie
Een beperkte voedering wordt ‘voerrestrictie’ genoemd. Dit is vooral nodig bij adipose en/of sobere paarden en pony’s. Sobere paardenrassen hebben genetisch gezien minder energie nodig en worden snel te dik wanneer voer onbeperkt beschikbaar is.
Omdat de seizoensgebonden regulatie van grasgroei in de stalhouderij ontbreekt, moet de voedering restrictief worden uitgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld door porties hooi te verstrekken, bij voorkeur in een hooinet (veilig ophangen!) of in een ruif. Ook voerautomaten kunnen deze restrictieve functie vervullen.
Vooral bij weidegang is restrictie noodzakelijk. De weide kan worden opgedeeld in kleinere percelen, die naar behoefte worden bijgestoken of waar de paarden/pony’s naartoe worden verplaatst. Daarnaast kunnen goed passende graasmaskers worden ingezet.
Belangrijk is dat ook bij beperkte voedering geen te lange eetpauzes ontstaan. Nuchtere periodes van meer dan 6 uur moeten worden vermeden om het risico op maagzweren te voorkomen.