Vitamine A
Vitamine A (chemisch retinol genoemd) is een essentieel en vetoplosbaar vitamine. Het provitamine, de voorloper van vitamine A, is bèta-caroteen, dat door planten wordt aangemaakt. Het paard neemt bèta-caroteen op via ruwvoer en zet dit in het lichaam naar behoefte om naar de werkzame vorm. Daarbij wordt gerekend met een opbrengst van 400 IE vitamine A uit 1 mg bèta-caroteen. Om het lichaam voldoende van vitamine A te voorzien, moet het paard ook voldoende zink binnen krijgen.
Vitamine A speelt een belangrijke rol bij het gezichtsvermogen. Het zogeheten "epitheelbeschermingsvitamine" beschermt bovendien alle epithelen, met name de slijmvliezen van de luchtwegen. Vitamine A heeft essentiële functies bij de groei, de botopbouw en de kwaliteit van de hoeven.
De normale behoefte voor een warmbloed ligt tussen 16.000 en 18.000 IE per dag. Eerdere aanbevelingen lagen een veelvoud hoger, maar worden tegenwoordig als achterhaald beschouwd. Bij beweiding gedurende de hele dag wordt al uitgegaan van een voldoende inname van ß-caroteen en daarmee een adequate vitamine A-voorziening. Aanvullende vitamine A-giften zijn voornamelijk nodig bij stalvoedering in de winter. Extra giften van ß-caroteen aan merries kunnen de vruchtbaarheid verbeteren en de voorziening van de veulens via de merrie-melk verhogen.
Een langdurig tekort aan vitamine A kan leiden tot nachtblindheid en groeivertraging. Dergelijke tekortkomingen zijn in de praktijk echter weinig waarschijnlijk. Een excessieve overdosering van vitamine A kan leiden tot botbrosheid en orthopedische ontwikkelingsstoornissen. Toxische effecten van ß-caroteen zijn bij het paard niet bekend.
Productaanbevelingen
