Lactaat
Lactaat (Latijn voor melkzuur) wordt door bacteriën gevormd en speelt bij het paard een rol in zowel de spijsvertering als het prestatiemetabolisme.
Spijsvertering:
In de dikke darm leven lactaatproducerende bacteriën die, bij een voor paarden typische vezelrijke voeding, in lage aantallen voorkomen en in evenwicht samenwerken met onder andere celluloseafbrekende bacteriën en lactaatverbruikende micro-organismen. Dit evenwicht raakt echter verstoord wanneer er grote hoeveelheden gemakkelijk fermenteerbare koolhydraten in de dikke darm terechtkomen. Hierdoor daalt de pH sterk en nemen zuurtolerante lactaatvormers explosief toe. Het resultaat is een ophoping van lactaat en een verdere verzuring van de darminhoud.
De verzuring beschadigt het darmslijmvlies, waardoor lactaat en andere schadelijke stoffen, zoals lipopolysacchariden (endotoxinen), in de bloedbaan terechtkomen. Deze overbelasting van het organisme kan ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken, waaronder hoefbevangenheid.
Ook in het prestatiemetabolisme speelt lactaat een belangrijke rol. Het paard is evolutionair aangepast aan snelle, korte vluchtsprints. Wanneer het moet vluchten, leveren de spieren onmiddellijk energie via anaerobe stofwisselingsprocessen, waarbij lactaat wordt gevormd. Deze vorm van energiewinning werkt snel, maar is weinig efficiënt, waardoor de betrokken spieren snel vermoeid raken.
Bij langere of gelijkmatigere inspanning schakelen de spieren normaal over op aerobe energiewinning, waarbij zuurstof wordt gebruikt en de energieproductie veel efficiënter verloopt. Dit is echter alleen mogelijk wanneer het paard voldoende zuurstof kan opnemen. Afhankelijk van de conditie kan een paard hogere of lagere snelheden langdurig aeroob volhouden. Zodra de snelheid of belasting boven het aerobe vermogen uitkomt, moet de spier opnieuw meer terugvallen op anaerobe processen, waardoor de lactaatproductie stijgt.
Een overmaat aan lactaat in de spieren wordt daarom vaak gebruikt als indicator voor (overmatige) spierbelasting. Het geeft aan dat de spier niet langer volledig aeroob kan werken en dat de inspanning de grenzen van het metabolische vermogen nadert of overschrijdt.